Dutch policy developments
May 2013 (in Dutch)
OCW heeft haar bezuinigingsplannen naar de Kamer gestuurd. Ze stelt voor in 2014 € 100 miljoen te bezuinigen op subsidies voor onderwijs en onderzoek en in 2015 structureel € 200 miljoen. Er wordt fors gesneden in ICT en internationalisering om het primaire onderwijsproces te ontzien. Voor internationalisering de belangrijkste bezuinigingen op een rij:
- De Nederlandse Instituten in het buitenland (NIHA, NIT in Turkije, het NIMAR in Marokko en het NCHER in Oman) ontvangen vanaf 2015 geen subsidie meer.
- Het Europees Platform verliest € 2 miljoen subsidie en krijgt als opdracht samenwerking met Nuffic te zoeken.
- De Nuffic Neso’s krijgen € 1,9 miljoen minder subsidie.
- Agentschap NL verliest € 1,1 miljoen voor projecten (o.a. internationale stageplaatsen, en EuroSkills en WorldSkills) en voor internationale jaren (Rusland, Turkije) en manifestaties zoals de Wereldexpo.
- Het Duitsland Instituut krijgt € 0,1 miljoen minder.
- Voor Internationale Diplomawaardering zal € 55.000 minder beschikbaar zijn.
De VSNU vindt het bezwaarlijk dat de bezuinigingen de wervingskracht voor buitenlands talent in het hart treffen. De kortingen op de Nuffic, de Nuffic Neso-kantoren en andere instellingen voor internationaal onderwijs zijn niet te rijmen met de ambitie om internationale studentenmobiliteit te bevorderen en om meer buitenlands talent te selecteren en naar Nederland te halen.
Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken geeft 30 Syrische studenten de mogelijkheid om gedurende een jaar in Nederland hun studie voort te zetten en kennis te verwerven voor de toekomstige wederopbouw van hun land. De studenten kunnen zich aanmelden voor een eenjarige masteropleiding uit de Netherlands Fellowship Programmes of voor het MENA-beurzenprogramma voor korte cursussen.
Zowel de Tweede Kamer als minister Bussemaker hebben bedenkingen bij Europese studieleningen. Voor Nederlandse studenten levert het weinig op omdat zij hun studiefinanciering nu al ‘mee kunnen nemen’ naar het buitenland. Daarnaast is het de vraag of banken mee zullen werken. Buitenlandse studenten blijken hun studieschuld vaak niet af te lossen. Minister Bussemaker steunt het voorstel voor een Europese lening toch omdat daarmee meer buitenlandse masterstudenten naar Nederland zullen komen en dat is niet alleen goed voor het hoger onderwijs, maar ook voor de schatkist. Daarnaast benadrukt ze dat DUO hard werkt aan het opsporen van buitenlanders met een studieschuld. Bussemaker zal wel inzetten op het uitvoeren van een driejarig experiment met de Europese studiebeurs tegen de helft van het budget.
Minister Schippers vindt dat goede artsen van buiten de EU makkelijker in Nederland aan het werk moeten kunnen en gaat daarom de toelatingsprocedure evalueren. Nu lukt het slechts vijftien procent van de artsen om toegelaten te worden tot het beroep. De zware taaltoets is daar in de meeste gevallen de oorzaak van. Gevolg is dat de Nederlandse staat complete geneeskundestudies financiert die vier keer zo duur zijn als de aanvullende opleiding van buitenlandse artsen. De eis dat Iraniërs ontheffing moeten aanvragen om nucleaire kennis op te doen aan een Nederlandse universiteit, wordt uitgebreid naar alle studenten en wetenschappers om de discriminatie van Iraniërs ongedaan te maken.
Naar aanleiding van Kamervragen over belemmeringen voor MOOC’s zegt minister Bussemaker dat ze zich oriënteert op wat MOOC’s voor het hoger onderwijs kunnen betekenen, en op de rol van de overheid daarin. In het najaar verschijnt daarover een beleidsbrief.
Per 1 juni is de Wet modernisering migratiebeleid (MoMi) in werking getreden. De wet zou snellere procedures en minder administratieve lasten moeten opleveren voor zowel studenten/medewerkers als hogeronderwijsinstellingen.
In een brief aan de Tweede Kamer meldt staatssecretaris Dekker de stand van zaken met betrekking tot valorisatie-indicatoren voor het hoger onderwijs. Inmiddels is een voorlopige indicatorenlijst vastgesteld die getest zal worden. Vanaf 2016 zouden de indicatoren gebruikt moeten worden voor de verantwoording in de jaarverslagen over onderwijs in ondernemerschap en valorisatie. De set zou ook een landelijk beeld moeten genereren en een internationale vergelijking mogelijk moeten maken. Uiteindelijk wil Dekker komen tot één set indicatoren voor het gehele hoger onderwijs.
Minister Bussemaker van OCW is voornemens het SER-advies ‘Make it in the Netherlands!’ over het binden van buitenlands talent aan Nederland nog voor de zomer te bespreken met betrokken organisaties om een taakverdeling af te spreken. De minister zal ook kijken waar de regelgeving kan worden vereenvoudigd of afgeschaft.
De Universiteit Maastricht en de Maastricht School of Management gaan een nauwe
samenwerking aan. Onder de paraplu van de UM maar met behoud van eigen naam, identiteit, merk en personeel, wil men de samenwerking richten op de uitbouw van het managementonderwijs voor zowel de internationale als de regionale markt.
Op 29 juni krijgt het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) een nieuw bestuur. Ruud Nauts wordt de nieuwe voorzitter. Andere leden zijn Renée van der Ploeg (secretaris), Loek Zanders (penningmeester), Maarten Derksen en Puck van Tilburg.
Nienke Meijer wordt de nieuwe collegevoorzitter van Fontys. Ze volgt Marcel Wintels op.

