Verslag Nuffic Jaarcongres 2012: regionalisering versus globalisering
Ruim 250 hogeronderwijsprofessionals kwamen op 13 maart naar De Rijtuigenloods in Amersfoort voor het Nuffic Jaarcongres 2012. Dat stond in het teken van de spanning tussen regionalisering en globalisering.
Veel van wat wij voor globalisering aanzien is eigenlijk regionalisering, schreef een invloedrijke econoom enkele maanden geleden. De wereld wordt niet zozeer één groot dorp, maar meer een verzameling regionale hubs. Als we bijvoorbeeld Europa als één land beschouwen, dan vallen er ineens veel internationale stromen weg uit de statistieken.
Scheidend Nuffic-directeur Sander van den Eijnden trok een parallel met de actualiteit: “Tot voor kort trok Europa weinig belangstelling. Maar de eurocrisis doet ons beseffen dat we sterk afhankelijk zijn van de regio om ons heen. Dat proces speelt ook in andere regio's, zoals Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika.”
Nergens zien we dit fenomeen duidelijker opkomen dan in het hoger onderwijs, waar bijvoorbeeld Aziatische landen inmiddels intensief studenten werven in hun buurlanden.
Mobiliteit tussen sectoren
Hoger opgeleide mensen blijken extreem mobiel in de jaren na hun afstuderen. Maar bij de waarde van mobiliteit binnen regio's plaatste professor Regional Economics Ron Boschma van de Universiteit Utrecht enkele onconventionele kanttekeningen.
“Mobiliteit binnen een regio is een belangrijk overdrachtsmechanisme voor kennis tussen bedrijven, maar er zit ook een negatieve kant aan: bedrijven hebben minder prikkel om te investeren in de ontwikkeling van hun personeel.” Daardoor kan intraregionale arbeidsmobiliteit zelfs een negatief effect op de economische groei hebben.
Dat nadeel is echter afwezig bij mobiliteit tussen bedrijven in verschillende sectoren. Zoek daarom naar sectoren met complementaire kennis en laat daar kruisbestuiving plaatsvinden, was het devies van Boschma: “Steun geen sectoren, maar steun relaties tussen sectoren.”
Bij Organon is Oss zag je het risico van standalone-industrie. Na sluiting van het bedrijf was het voor werknemers erg moeilijk om een nieuwe baan te vinden. Boschma pleitte hierom voor het voluit stimuleren van interdisciplinaire opleidingen. Ook waarschuwde hij dat het huidige politieke klimaat in Nederland schadelijk is voor de positie van ons land op de hogeronderwijsmarkt.
Weinig buitenlandse studenten
In 1630 kwam bijna een derde van de Amsterdammers uit het buitenland, merkte werkgeversvoorman Bernard Wientjes van VNO-NCW op als keynotespreker. Hij stelde dat in dat licht eigenlijk bitter weinig studenten in Nederland tegenwoordig uit het buitenland komen, namelijk 8 procent. In Engeland is dat een kwart.
“Te vuur en te zwaard bestrijden wij de beperkingen die de politiek probeert op te leggen aan internationale studentenmobiliteit. Voor die paar centen, dat is penny wise, maar pound foolish,” aldus de werkgeversvoorzitter over de regionale studentenstroom van Duitse studenten naar Nederland.
Wientjes toonde zich een enthousiast pleitbezorger van het topsectorenbeleid. Hiermee is volgens hem een revolutie ontketend in het industriebeleid: vroeger konden vooral bedrijven die het niet redden rekenen op steun van de overheid. “Nu steunt het kabinet de winnaars. Dat is een juiste keuze. Als je in de globalisering wilt overleven, moet je krachten bundelen in sectoren waarin je historisch gezien of qua ligging goed bent.”
Workshops
Tijdens een twintigtal workshops kwamen gedurende het Nuffic Jaarcongres ook praktische ideeën naar voren, zoals de suggestie om de procedures voor het voorbereidend jaar voor anderstaligen bij alle instellingen te harmoniseren en bij DUO te centraliseren.
De directeuren van de Nuffic Neso's toonden verder de mogelijkheden voor institutionele samenwerking met hogeronderwijsinstellingen in groeilanden.
Presentaties online
Alle presentaties, verslagen en foto’s van de verschillende sessies publiceren we ook op deze website.


