Nederlands hoger onderwijs populair maar ook onbekend in Duitsland
Veel Duitse hogeronderwijsinstellingen weten niet hoe populair Nederland is als studiebestemming. Ook weten ze niet hoeveel Engelstalige programma’s de Nederlandse hbo-instellingen en universiteiten aanbieden. Dat bleek onlangs tijdens een seminar over onderwijsmobiliteit in Berlijn, georganiseerd door de Deutscher Akademischer Austausch Dienst (DAAD).
Duitsland wil de inkomende en uitgaande diploma- en studiepuntmobiliteit stimuleren. Zowel de deelstaten als de federale overheid hebben hiertoe veel geld beschikbaar gesteld. De mobiliteitsbudgetten van de DAAD, de Duitse zusterorganisatie van de Nuffic, zijn de afgelopen drie à vier jaar met veertig procent gestegen.
Om te onderzoeken hoe de mobiliteit gestimuleerd kan worden, organiseerde de DAAD een seminar. Naast de Duitse hogeronderwijsinstellingen waren ook de zusterorganisaties uit alle buurlanden hiervoor uitgenodigd. De Nuffic presenteerde het Nederlandse hoger onderwijs.
Ongekend populair
Hoe populair Nederland is als studiebestemming voor Duitse studenten, was veel van de aanwezigen onbekend. Dat bleek uit een enquête die tijdens het seminar werd gehouden. Veel congresgangers verwachtten dat de taal een belangrijke belemmerende factor voor mobiliteit zou zijn.
Dat Nederlandse onderwijsinstellingen zo’n 1500 volledig Engelstalige opleidingen en cursussen aanbieden, wisten velen niet. Dat Nederland jaarlijks evenveel Duitse diplomastudenten ontvangt als Oostenrijk (ca 25.000), verbaasde de aanwezigen eveneens.
Roep om meer samenwerking
Net als op de Duits-Nederlandse werkconferentie op 25 februari in Nijmegen klonk tijdens het Berlijnse seminar een roep om meer onderwijs- en onderzoeksamenwerking tussen Duitse en Nederlandse instellingen. Ruimere financiële stimulansen zouden de (diploma)mobiliteit én de stafuitwisseling tussen de buurlanden kunnen bevorderen, zo oordeelden de aanwezigen.
Dat in korte tijd zowel aan Duitse als aan Nederlandse kant een bijeenkomst over mobiliteit en onderwijs- en onderzoeksamenwerking is gehouden, geeft aan dat het onderwerp nu in beide landen leeft. Het is nu het juiste moment voor een forse beleidsmatige, inhoudelijke en financiële impuls om de Duits-Nederlandse samenwerking te verdiepen.

