Eerste Duits-Nederlandse werkconferentie
Op 25 februari 2013 vond binnen de muren van de Radboud Universiteit Nijmegen de eerste werkconferentie over de Duits-Nederlandse onderwijssamenwerking plaats. Deze was georganiseerd door de onderwijsministeries van Duitsland en Nederland, het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam (DIA), de Deutscher Akademischer Austausch Dienst (DAAD) en haar Nederlandse zusterorganisatie, de Nuffic.
Aan de conferentie namen meer dan 100 vertegenwoordigers van overheden, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven uit beide landen deel. Aanzet tot de conferentie vormde de discussie tussen de Tweede Kamer en oud-staatssecretaris van Onderwijs Halbe Zijlstra over de grote verschillen tussen de in- en uitstroom van studenten naar beide landen.
De huidige minister van OCW, Jet Bussemaker, pleitte in haar videoboodschap bij aanvang van de conferentie voor een meer structurele oplossing en een intensivering van de onderwijssamenwerking.
Meer kennisdeling
Op de conferentie werd geconstateerd dat een intensievere samenwerking op onderwijsgebied en tussen de onderwijsinstellingen van groot belang is voor de goede nabuurschap en de economische ontwikkeling van beide landen.
Een voorwaarde daarvoor is een breed gedeelde kennis van land, taal en cultuur binnen de twee samenlevingen. Die kennis blijkt nog onder de maat, terwijl er binnen het bedrijfsleven in Duitsland en Nederland grote behoefte aan is. Samenwerking en uitwisseling tussen onderwijsinstellingen kan daaraan bijdragen.
Hindernissen
Maar deze samenwerking ontstaat niet vanzelf. Ondanks de uitwerking van het Bolognaproces dienen zich nog tal van hindernissen aan op onderwijskundig, taalkundig en cultureel gebied. Daarnaast is de nationale en Europese wet- en regelgeving nog onvoldoende afgestemd op het stimuleren van die samenwerking.
Zo is het aanbieden van joint degree-programma’s een traject van buitengewoon lange adem. Daarnaast voorziet het nationale beleid nog onvoldoende in stimulansen om structurele samenwerkingen op te zetten. In internationaal verband moeten beide landen ook opboksen tegen de aantrekkelijkheid van andere landen als het gaat om samenwerking of staf- en studentenuitwisseling.
Aanbevelingen
Op de conferentie werden de volgende aanbevelingen gedaan:
- Nederland en Duitsland moeten gezamenlijk het voortouw nemen om binnen Europa erkenningshindernissen te overwinnen die met het Bolognaproces nog niet opgelost zijn.
- In het nationale internationaliseringsbeleid moeten samenwerkingen nog veel meer worden gestimuleerd en aantrekkelijker worden gemaakt. Duitsland heeft al een eerste aanzet gegeven tot de ontwikkeling van een beleid jegens de buurlanden. Nederland zou dit voorbeeld moeten volgen.
- Over en weer is nog een wereld te winnen in de marketing van elkaars onderwijssystemen. Bekendheid met elkaars expertisevelden en specifieke wetenschappelijke prestaties is daar een integraal onderdeel van.
- De kennis over land, taal en cultuur moet worden versterkt. Daarmee zou al in een vroeger onderwijsstadium moeten worden gestart.
- Het bedrijfsleven in beide landen zou stipendia en stagemogelijkheden moeten verruimen en actiever bekend moeten maken.
Duitslanddesk
Tenslotte kondigde het DIA aan een Duitslanddesk in te stellen die zich richt op voorlichting en informatie over studeren in Duitsland. OCW en de DAAD stellen gezamenlijk geld ter beschikking voor een stipendiumprogramma waarmee het DIA de stroom van Nederlandse studenten richting Duitse instellingen kan stimuleren.

